IN THE SPOTLIGHTS

Dagelijks wordt er hard gewerkt op de bouwplaats.
We zetten deze twee harde werkers graag een keer in de spotlights.



Foto’s en tekst: Eurekalid en toekomstig bewoonster: Bernice Siewe en Bob Bock

Debby

“Ik kan sowieso niet stilzitten”

Ik maak de bouwkeet hier schoon, elke vrijdag sinds januari. Voor De Geus doe ik dit al langer, maar altijd via een tussenpersoon. De bouwers maken er geen rotzooi van – behalve het zand dat ze binnenbrengen. Eerst moet ik stofzuigen, dan dweilen. Deze keet is pittig: grote oppervlakte, sanitair.
Ik ken veel bouwers, maar niet allemaal bij naam. Ze kennen mij wel, omdat ik altijd
zeur over hun baggerschoenen. Gelukkig zijn ze relaxed: “Oh, sorry, sorry.” Op kantoor ken ik iedereen. Ik ben vaak de enige vrouw op de bouwplaats. Pas als het af is, komen de ‘interieurdames’.

Werk, mensen en Eureka!
Ik kan met iedereen opschieten. Ik ben een babbelaar, en dat waarderen ze. Veel mannen hier zijn uit het buitenland, maar we spreken allemaal Engels. In Nederland willen jongeren niet meer timmerman of metselaar worden – allemaal ICT of AI. Vandaar al die buitenlandse werkers. De vergaderaars zijn netter dan de bouwers.
Dit gebouw wordt een soort community: samen koken, tuinieren. Ik vind dat goed. Vroeger verzorgde je je ouders thuis, nu gaat iedereen naar een verpleeghuis. Ik heb een vriendin in de zorg: daar zitten mensen alleen, terwijl ze kinderen hebben. Een koffietje met ze drinken, dat doe ik graag. Gezamenlijk wonen brengt mensen
dichterbij.

Amsterdam versus Purmerend
Amsterdam is niet meer wat het was: te druk, te onpersoonlijk. In Purmerend groet de caissière je nog. Ik woon daar heerlijk: tuin, park, plek voor de auto. Als ik in Amsterdam werk, ben ik blij als ik weg ben.
De eerste 11 jaar van mijn leven woonde ik op de Antillen. Daarna woonden we in Amsterdam Zuid. Een topjeugd: muziek, wijkgevoel, rivaliteit tussen Zuid en West.
We hadden een grote mond tegen elkaar. Dat kan nu niet meer.

Eigen bedrijf en doorzetten
Uit noodzaak heb ik een eigen bedrijf. Ik doe alles zelf: klanten zoeken, werken, 90 uur per week. Ik begin om 5:15 en ben om 23:00 thuis. Zaterdag is mijn enige vrije dag. Mijn dochter is het huis uit, ik heb vier katten. Die staan al te wachten als ze mijn auto horen.
Ik kan niet stilzitten. Vakantie? Dan ga ik gordijnen wassen of ramen lappen.
Schoonmaken vind ik heerlijk: ontspannen, voldoening. Als ik klaar ben, kijk ik om en denk: “zo wil ik het zelf ook hebben”. Soms ben ik boos op de rommel, maar met mijn koptelefoon op hard volume… dan is het weer goed.
Ik hou van veel soorten muziek en ben ook een waanzinnige fan van The Lord of the Rings. Alle versies heb ik wel.

De bouw vordert
Toen ik twee weken weg was, stonden er ineens drie etages. Nu groeit het gebouw snel. Ik ben enthousiast over hoe het er straks uitziet. Aan het eind van de bouw
hoop ik deel van de eindoplevering te zijn. Gelukkig voor mij én voor jullie is De Geus heel netjes en schoon.


Isaias:

“Elke dag ga ik op missie”

Ik kom uit Brazilië en voel me hier thuis. Het werk bevalt me: de vrijheid, de mensen om me heen. Als kind woonde ik vlak bij een haven. Elke keer als ik langs de kranen liep, zag ik hoe ze soepel en krachtig hun lading verplaatsten. Ik droomde ervan om ooit zelf in zo’n kraan te zitten. Het leek me prachtig werk: verantwoordelijk, uitdagend, en alsof je een spel speelt. Bovendien zit je de hele dag, dus je put je lichaam niet uit. Als ik naar huis ga, heb ik nog energie om naar de sportschool te gaan of andere dingen te doen.

Loopbaan
Mijn loopbaan begon als duiker, later werd ik rigger – de persoon die beneden instructies geeft aan de kraanmachinist. Eerst werkte ik in Portugal, daarna in België. Toen hoorde ik over de goede opleidingen voor kraanmachinisten in Nederland. Dat was de reden om hiernaartoe te verhuizen.

Spannend werk

Als kraanmachinist moet je constant calculeren: hoeveel lading kan ik veilig tillen met deze ketting en haak? Je maakt plannen voor al het hijswerk. Het blijft spannend, alsof ik elke dag op missie ga – net als een soldaat. Ik doe mijn uiterste best, want een ongeluk schuilt in een klein hoekje. Je kunt de lading verkeerd berekenen, of de wind kan plotseling
opsteken. Het is gevaarlijk als de kraan dezelfde richting opgaat als de wind: dan kan hij vooruit geduwd worden. Ik moet alles in de gaten houden en duizend kleine beslissingen nemen.
Het is werk met veel verantwoordelijkheid. Ik wil ’s avonds veilig thuis zijn – en mijn collega’s ook. Daarom let ik op elke beweging, elke reactie van mijn collega’s. De communicatie met mijn rigger is cruciaal. Hij ziet dingen beneden die ik niet kan zien. We praten Engels met elkaar; hij komt uit Curaçao. Gelukkig is er nog nooit iets misgegaan.
We werken met focus en concentratie. Als ik thuis kom, zegt mijn vrouw vaak: “Je ziet er moe uit.” Mijn lichaam is dan niet moe, maar mijn geest wel. Toch is er ook tijd om te ontspannen. Vaak zit ik gewoon te wachten – bijvoorbeeld op cement. Om in vorm te blijven, doe ik oefeningen in de cabine. Geen muziek, want dan hoor ik mijn collega’s niet
meer. Wel bel ik met mijn vrouw of zoons, en lees ik boeken, zoals The Art of Spending Money of boeken over zelfverbetering. Ik draag graag kennis over aan mijn zoons. Zij wonen met mijn vrouw in Portugal, en zo kan ik ze nog iets leren.

Boven
Ik blijf de hele dag boven in de kraan, ook voor lunch of koffie. Soms hebben mijn collega’s me nodig, en als ik niet beschikbaar ben, kunnen ze een of twee uur werk verliezen. Dat vind ik niet erg – ik heb er zelf voor gekozen en voel me deel van het team. Boven heb ik een koelkast, water en een apparaat om eten warm te maken.

Toekomst
Ik heb drie zoons. Het zou mooi zijn als zij hier kunnen studeren. Dan maken ze kans bij een goed bedrijf. Nu heb ik ze geadviseerd om mechatronica te leren. Dan kunnen ze bijvoorbeeld aan de slag als bestuurder van een onderwaterrobot, een zogenaamde Remotely Operated Vehicle (ROV) – voor wetenschap of bedrijven. Daar zit toekomst in.
Mijn droom is dat mijn hele gezin hiernaartoe komt. Ze kunnen hier in het Engels studeren, en veel mensen hier spreken Portugees! Weet je, Nederland en Brazilië hebben een band.
Er wonen veel Nederlanders in Brazilië, en ik merk dat ik hier vaak hartelijk word ontvangen.